Leren en innoveren: doe een experiment!

Leren en innoveren: doe een experiment!

“Innoveren is iets op een andere manier doen met meer resultaat”
Vanuit deze definitie is innovatie toepasbaar op iedere organisatie, in iedere branche. Het veranderen van werkprocessen of het radicaal omgooien is te leren. Tegenwoordig moeten organisaties snel kunnen schakelen en wendbaar zijn. Waarom is dit nodig? Het wordt lastiger om de concurrenten helder te onderscheiden en te zien in welke branche deze zitten. Ten tweede wordt iedere organisatie geconfronteerd met disruptie: nieuwe businessmodellen die de markt opschudden en vragen om actie. Maar hoe innoveer je in een wereld van constante verandering? Experimenteren is dé manier.

 

Innoveren kun je leren

In onze vorige blogs 4 principes voor een sterke innovatiecultuur en innovatief vermogen vergroten, experimenteer is besproken welke methode BRIL hanteert bij het vergroten van het innovatief vermogen van een organisatie. In deze blog gaan we verder in op het leren innoveren, en bespreken we de verschillen tussen een experiment en een project of onderzoek. De 5 belangrijkste verschillen op een rij:

 

1. Uitkomst onbekend

Bij het doen van een experiment weet je niet wat de precieze uitkomst is. Je doet immers één of meerdere testen om uit deze uitkomst te zoeken. Bij een project weet je welke resultaten eruit zouden moeten komen en werk je van theoretische uitkomsten naar werkelijke resultaten. Daar waar organisaties voorheen innovatie konden oppakken als traditionele projecten, gebaseerd op de bepaalde strategie voor de komende jaren, is dat in continu bewegende marktomstandigheden steeds minder succesvol. We weten als organisaties dat de markt in beweging is en dat we daarop moeten inspelen. Maar we weten niet precies waar het naartoe evolueert. Experimenteren past als manier van innoveren daarom ook beter bij de huidige ontwikkelingen en veranderingen.

 

2. Ware reflectie

Daar waar traditionele projecten toewerken naar een vooraf gesteld resultaat, hebben onderzoeken de intentie om met interviews en vragenlijsten informatie over een algemene populatie te verzamelen. Onderzoeken bepalen bijvoorbeeld of klanten geïnteresseerd zouden zijn in een product of dienst van jouw organisatie. Dit is echter wel een steeds minder betrouwbare voorspelling tot succes. Een experiment heeft tot doel om aannames te verifiëren, te falsificeren en de validiteit van een hypothese te testen. Dit gebeurt op kleine schaal en in de praktijk waarbij klanten betrokken zijn. Leren van de praktijk is leerzamer en weerspiegelt de werkelijkheid beter. Experimenten zijn daarmee ook een ware reflectie van het gedrag van klanten in een praktijkomgeving.

 

3. Snel en veilig experimenteren

Een ander kenmerk van een experiment is dat experimenten snel (in een kort tijdsbestek), met een beperkt budget en onder veilige omstandigheden plaatsvinden. Het afbreukrisico voor de organisatie is daarmee zeer laag en het aantal experimenten per jaar (en daarmee de succesratio) is groter dan bij traditionele innovatieprojecten. Innovatieprojecten leunen traditioneel gezien vaak op onderzoeken en volledig uitgerekende business cases. De doorlooptijd is aanzienlijk langer en de budgetten die aan één enkel project besteed worden zijn groot. De hectische en dynamische omgeving waarin organisaties opereren geven ons niet meer de kans om op slechts één enkele innovatie in te zetten. Het is zonde om na een half jaar te concluderen dat het toch niet helemaal aansluit op de behoeften van de klant. Veel kleine innovatie-experimenten maken dat je in staat bent continu in te spelen op veranderingen in de markt, zonder dat je als organisatie grote risico’s loopt.

 

4. Inzetten van je grootste en belangrijkste middel

De medewerkers! Strategieën en innovaties kunnen niet langer alleen bepaald worden door het management van de organisatie. Om snel te kunnen aanpassen is het belangrijk dat de hele organisatie in staat is om ondernemend te zijn. Bij innovatieprojecten en klantonderzoeken zijn doorgaans weinig mensen uit de organisatie betrokken. Bij een experimentele opzet stel je echter alle medewerkers in staat om zonder risico goede ideeën om te zetten in experimenten. Als management houd je controle over de randvoorwaarden en kaders. Door het inzetten van alle medewerkers vergroot je het innovatief vermogen als organisatie en kun je de toekomst als wendbare organisatie tegemoet te gaan.

 

5. Toejuichen van falen

Traditionele manieren om te innoveren zijn gericht op het behalen van succes, experimenten daarentegen zijn er op gericht om te leren. Ongeacht wat de uitkomst is. De gedachte is dat door veel kleine experimenten te doen, medewerkers leren wat wel en niet werkt. Daarmee maak je van de organisatie een ondernemende, lerende club én wordt de kans op succes sterk vergroot. Kortom, een adaptieve organisatie is erg tolerant over mislukkingen, zelfs tot het punt dat men falen toejuicht (mits ervan geleerd wordt).

 

De Leren Innoveren ℠ methodiek

BRIL innovatie helpt organisaties in het opzetten van hun eigen experimenteer-benadering en het introduceren van hun innovatielab. Word wendbaar en leer innoveren met behulp van relevante tools, workshops, trainingen van ambassadeurs en een online innovatieplatform. Nieuwsgierig naar onze aanpak? Lees meer over het innovatielab of contacteer ons.